Home » Actueel » Blog » Blog

Dweilen met de kraan open?

24 mei 2017
Martin van Berloo / Beleidsmedewerker Strategische Analyse

Het zal niemand ontgaan zijn dat de personele tekorten in onze sector in rap tempo groeien. Tal van partijen ondernemen acties om de tekorten (of de gevolgen daarvan) te beperken. Wij natuurlijk ook: we lanceerden het Actieprogramma Zonder Zorg 2020 met een ondersteunende website. Als team Beleid leveren mijn collega Judith en ik daaraan ook een bijdrage. Onder andere in het de vorm van het aanleveren van arbeidsmarktcijfers. Zo publiceerden we de Factsheet Personeelstekorten in Zorg en Welzijn en in juni publiceren we de nieuwe Onderwijs in Kaart.

Tijdens het werken aan deze rapporten werden we onaangenaam verrast door de uitstroomcijfers. Met name de uitstroomcijfers buiten de sector, oftewel het aantal medewerkers dat de sector verlaat om in een andere sector te gaan werken. Natuurlijk komen deze cijfers terug in de rapporten, maar het gevaar bestaat dat het binnen de veelheid van informatie niet opvalt. Dus vandaar extra aandacht hiervoor in dit blog!

De uitstroom neemt toe

Want wat blijkt? De uitstroom van medewerkers naar andere sectoren is de afgelopen jaren sterk gestegen. In 2012 bedroeg deze uitstroom nog 5,2% (8.790 medewerkers). In 2016 bedroeg dit ruim 8,2% (12.589 medewerkers).

En als je op een andere manier naar de cijfers kijkt: van iedereen die in 2012 onze sector verliet, ging 31,5% naar een andere sector. In 2016 is dit opgelopen tot 47,7%!

Laat dit even heel goed tot je doordringen...

Meer dan 12.000 medewerkers verruilden vorig jaar werk in Zorg en Welzijn voor werk in een andere sector. Daarmee verdween dus ook 12.000 keer een schat aan kennis en ervaring! Menskracht, kennis en ervaring die we nu keihard nodig hebben…

Dat er in de periode 2012 t/m 2015 veel mensen de sector verlieten, is bekend. En waarschijnlijk bedroeg dit in de meeste gevallen geen vrijwillig vertrek. Maar dat de uitstroom in 2016 nog zo groot was, zelfs groter dan in de jaren daarvoor, is een schokkende constatering. De tijd van grote bezuinigingsrondes en ontslagen was in 2016 immers voorbij. Sterker nog: vorig jaar ontstonden de eerste tekorten en gaven werkgevers aan vacatures moeilijker te kunnen vervullen.

Is het werk nog wel leuk?

Als ik hierover met HR mensen uit de praktijk spreek, geven ze vaak een onplezierige boodschap af. Het blijkt inderdaad niet meer zo te zijn dat mensen ontslagen worden. Het is veel erger: ze kiezen er zelf voor om te vertrekken. Velen blijken uitgekeken te zijn op hun werk en met name op de beroerde arbeidsomstandigheden.

Precies hetzelfde hoor ik van mensen die nog wel aan het werk zijn op de werkvloer. Velen hebben genoeg van hun baan en zouden wel iets anders willen. De meesten zijn daarin (nog?) niet heel actief, maar vertrek ligt bij velen op de loer. Ook hier hoor ik veel signalen van onvrede over de arbeidsomstandigheden. En we kennen deze signalen allemaal wel: te hoge werkdruk, steeds zwaardere problematiek, toenemende agressie, geen tijd voor echt contact, te veel administratieve rompslomp, enz.

Maar even zoveel signalen over het gebrek aan persoonlijke regelruimte en het niet kunnen afstemmen van je werk op je persoonlijke levensomstandigheden. Veel mensen zouden meer willen werken, maar krijgen de kans niet. Ze zitten vast aan contracten met weinig uren, die ze dan ook nog eens over veel dagen moeten verspreiden. En zo werken ze met een contract van maximaal 24 uur toch 4 of 5 dagen in de week. En met een beetje pech ook nog in gebroken diensten.

Over vast zitten aan een contract gesproken… dat is voor velen niet eens de realiteit. Er wordt enorm veel gewerkt met tijdelijke contracten. Een vast contract wordt pas aangeboden als het écht niet meer anders kan. Ongeacht of de werkgever nu tevreden over je is of niet.

Dweilen met de kraan open

Op dit moment moeten we weer alle zeilen bijzetten om aan personeel te komen. Maar de vooruitzichten zijn niet gunstig, bijna alle sectoren schreeuwen om personeel, het aanbod aan personeel daalt. De kans is dus groot dat de personele tekorten niet op korte termijn kunnen worden opgelost door de instroom van nieuw personeel. Dat is op zich al erg genoeg, maar het wordt allemaal nog veel erger als we de achterdeur wagenwijd open laten staan. Zolang er nog in grote getale mensen gefrustreerd en gedesillusioneerd onze sector verlaten, zijn inspanningen om mensen naar de sector te lokken te omschrijven als dweilen met de kraan open. Hoe efficiënt is dat?

We moeten er dus voor zorgen dat we een sector zijn met aantrekkelijke arbeidsomstandigheden en –voorwaarden! Medewerkers moeten weer plezier krijgen en trots zijn. Pas als we dat uitstralen, kunnen we ontsnappen uit de negatieve spiraal van oplopende personele tekorten. Hoe pakken we dat aan?