10 september 2014 - Martin van Berloo

Invoering Wet Langdurige Zorg; van uitstel komt afstel?

Een paar voorbeelden van recente alarmsignalen

  • De vakcentrales FNV, CNV en VCP signaleren dat sommige gemeenten veel meer korten (soms tot bijna 70 procent) dan noodzakelijk en dringen aan op het beperken van bezuinigingen.
  • Het platform van VV&T organisaties Zuidoost-Brabant zegt dat de ouderenzorg in Zuidoost Brabant met zo'n 5,6 tot 6 miljoen euro extra gekort wordt. Dit als gevolg van criteria die zorgkantoren stellen, bovenop de eerder aangekondigde bezuinigingen.
  • De Jeugdzorginstellingen in Brabant weten nog steeds niet hoeveel werk ze het komend jaar moeten doen en hoeveel geld daarvoor is. De jeugdzorginstellingen vrezen ook voor een korting van 25 tot 30 procent van hun budget, in plaats van 15 procent.
  • Zorgverzekeraars Menzis pleit voor een jaar uitstel om daarmee zowel gemeenten, verzekeraars als zorgorganisaties de tijd te geven zich beter voor te bereiden op de decentralisaties.
  • Gemeenten laten weten dat het voor hen onduidelijk is voor hoeveel WMO-cliënten zij op 1 januari verantwoordelijk worden. Daardoor kunnen zij geen WMO-contracten afsluiten.
  • Patiëntenfederatie NPCF vreest een tekort zijn aan wijkverpleegkundigen die bevoegd zijn om te indiceren en zegt dat de rol van de wijkverpleegkundige in de wijkteams onduidelijk is.
  • Er zijn grote zorgen over de arbeidsmarktgevolgen van de transitie. De FNV stelt bijvoorbeeld dat op dit moment al meer dan 25 duizend mensen in de zorg zijn ontslagen, dat van tienduizenden het contract niet is verlengd en dat het einde nog niet in zicht is.

Breed gedragen ongerustheid

Bovenstaande lijst is verre van compleet maar laat in ieder geval zien dat een breed scala van betrokkenen ongerust is over een goede afloop van de transitie.

Deze signalen komen natuurlijk niet uit de lucht vallen. De invoeringsdatum komt in zicht maar één van de belangrijkste wetten is nog niet bekrachtigd. Deze week  wordt de Wet Langdurige Zorg (Wlz) - eindelijk-  behandeld in de Tweede Kamer. Hoewel er voldoende steun lijkt voor het wetsvoorstel  hebben bijvoorbeeld PvdA en D66 laten weten voorwaarden te stellen aan de invoering.

Spannende dagen voor de minister en de staatssecretaris van VWS

Het zijn dan ook spannende dagen voor de bewindvoerders van VWS. Terwijl ik dit schrijf moet de minister in de Tweede Kamer verantwoording afleggen voor de misstanden bij de Nederlandse Zorgautoriteit. Dat ze ongeschonden uit dit debat komt is geen zekerheid. En de staatssecretaris heeft in het ‘Jihad-debat’ kunnen zien dat een ogenschijnlijk breed gedragen onderwerp, een ogenschijnlijk stabiele bewindvoerder aan het wankelen kan brengen.

Wat als de wet niet wordt aangenomen?

Je kunt je daarbij wel afvragen hoe belangrijk het is dat de wet wordt aangenomen? Uit een kamerbrief van juni blijkt immers dat er al is voorgesorteerd op het vervolg. Als de wet wel per 1 januari wordt ingevoerd zal dat in fases gebeuren. Als de wet niet wordt ingevoerd, blijft de AWBZ in versmalde vorm bestaan. Deze versmalde AWBZ zal op delen die essentieel zijn voor de uitvoering zoveel mogelijk lijken op de Wlz. Dit zou volstaan omdat de wetgeving rondom WMO, Jeugdwet en Zorgverzekeringswet wel rond is.

Kort door de bocht geredeneerd lijkt het dan niet zoveel uit te maken of de Wlz wel of niet per 1 januari 2015 van kracht gaat. In beide opties is sprake van een soort gefaseerde invoering  waarbij 2015 een overgangsjaar is. In dat jaar wordt de Wlz verder ingevuld om per 1 januari 2016 volledig in werking te kunnen treden.

Of zou van uitstel toch afstel komen?