09 oktober 2014 - Martin van Berloo

De transitie-trein stopt niet meer

Protesteren mag (zonder aan oren te trekken!), maar wordt inhoudelijk genegeerd. Onderbouwde tegenargumenten en voorspellingen worden bezworen met woorden en kamerbrieven. Lastige zaken schuiven ze op de lange baan door 2015 te bestempelen als overgangsjaar. Desnoods toveren ze nog wat zakken geld en regelingen uit de hoge hoed. Gemeenten krijgen hulp en als dit niet genoeg is, dan helpen ze met bestuurlijke maatregelen. Wie niet horen wil, moet maar voelen.

Waarschijnlijk moeten de woorden en beloftes ons gerust stellen. Maar mij jagen ze de stuipen op het lijf. En de grote zakken met geld worden natuurlijk niet letterlijk tevoorschijn getoverd en zorgen niet voor structurele oplossingen.

De voorbeelden zijn legio, ik zal er één geven. De 190 miljoen euro voor de huishoudelijke hulp toelage. Los van mijn inhoudelijke vraagtekens bij deze regeling, is het vooral een lapmiddel en een sigaar uit eigen doos. De regeling is immers tijdelijk en mogelijk gemaakt door “het naar voren halen van de middelen die conform het Regeerakkoord vanaf 2017 beschikbaar zijn voor de verbetering van de arbeidsmarktpositie van specifieke groepen zorgmedewerkers”. Wat lost dit dan op langere termijn op?

Alle beloftes en last minute maatregelen zorgen niet voor de gewenste duidelijkheid, integendeel. s er nog iemand die door de bomen het bos ziet? Ik zie iets wat op een bos lijkt, maar de paden zijn slecht zichtbaar, moeilijk begaanbaar en misschien wel doodlopend.

Maar ook in deze jungle zijn een paar dingen zichtbaar. Bijvoorbeeld dat we gewoon doorgaan. Uit alles blijkt dat de trein in de - door de bewindslieden - gewenste richting rijdt en niet tot stilstand mag komen. Repareren kan ook terwijl we rijden. Het plaatje van de eindbestemming kleuren we onderweg verder in.

Ik moet daarbij denken aan de tijd dat ik een nieuw huis liet bouwen. De tekening van de architect was prachtig. Maar de bouwvakkers bleken minder enthousiast. Het ontwerp was namelijk heel anders dan wat ze normaal gesproken bouwden. En daarmee per definitie lastig. Maar nog erger; de tekening kende veel open eindjes. Waar de architect tijdens het ontwerpen tegen problemen aanliep, stond: "oplossen in het werk". Waarschijnlijk heel herkenbaar voor diegene die de transitieplannen daadwerkelijk inhoud moet geven. De transitieplannen zijn straks klaar. Op papier. Maar de praktische uitwerking?

Ook zichtbaar: de transitie kost banen. Of zoals onze minister zegt: "De zorg is geen werkgelegenheidsproject". Deze boodschap komt hard aan in de wereld van zorg en welzijn. De mensen die in de sector werken, doen dat omdat ze graag voor anderen zorgen. Voor cliënten en zorgvragers, maar ook voor elkaar. Het is geen toeval dat veel van hen ook actief zijn als mantelzorger en vrijwilliger. En daarom is de familiecultuur de heersende cultuur in de instellingen. Je kunt je afvragen of dat altijd zo gunstig is, maar hoe dan ook; het afscheid nemen van collega’s past niet in deze cultuur.

Toch is dit momenteel de grote vrees. Mensen vrezen voor hun eigen baan en die van collega’s. Binnen alle werkvelden en op alle niveaus. Weinigen voelen zich veilig, weinigen durven met zekerheid te zeggen dat ze over een paar jaar nog een baan hebben.

Op dit moment verdwijnen vooral de banen op lage kwalificatieniveaus en bij ondersteunende diensten. Maar op de iets langere termijn is denk ik niemand verzekerd van werk. In afgelopen anderhalf jaar zijn al tienduizenden banen verdwenen. En ik voorspel dat dit nog maar het begin is.

Hopelijk krijg ik ongelijk.