07 december 2016 - Martin van Berloo

Een positief imago voor de zorg: utopia?

De voorbeelden kan ik moeiteloos uit mijn mouw schudden, maar ik zal het aantal voorbeelden beperken; ‘Werknemers in de zorg ervaren hoge werkdruk’ en ‘Tientallen verpleeghuizen presteren onder de maat’. Zelfs initiatieven om de kwaliteit van de ouderenzorg te verbeteren, zoals het manifest van Hugo Borst en Carin Gaemers, dragen bij aan het negatieve imago.

Positieve reacties in de marge

Veel negatieve publiciteit dus, met nauwelijks een tegengeluid. Reacties van mensen die hun waardering en respect uitspreken voor werknemers in de zorg en de kwaliteit van hun werk. Artikelen over goede initiatieven binnen de sector. Ze zijn er wel, maar blijven meestal hangen in de marge. Komen niet verder dan fora en reacties op social media of halen hooguit de lokale kranten.

En daar hebben veel werkgevers in de VV&T last van. Zij moeten alle zeilen bijzetten om aan personeel te komen. Sommigen, zoals de Haagse zorgverlener Florence, lukt het om dit probleem in de landelijke schijnwerpers te krijgen. Campagnes om personeel naar de sector te trekken, zijn er ook regelmatig. Maar deze bereiken het grote publiek moeilijk en gaan ten onder in de stroom negatieve berichten.

Hoort het erbij?

Je zou kunnen zeggen dat het niet eens vreemd is dat er voortdurend negatieve berichten verschijnen. Het werken in een verpleeghuis is nu eenmaal werken met mensen die ons confronteren met de gebreken die gepaard gaan met ouderdom en die ons hardhandig herinneren aan de eindigheid van het leven. Het werk dat daarbij hoort, is nu eenmaal niet sexy. Bovendien hanteren we (vaak impliciet) heel hoge normen en waarden over de zorg die aan de ouderen geboden moet worden.

Normen en waarden die feitelijk botsen met de betaalbaarheid en beschikbaarheid van zorg. Normen en waarden die botsen met de problematiek die gepaard gaat met het ouder worden en de laatste levensfase. Want hoe hard het ook klinkt: (ouderdoms)ziektes maken waardig leven soms onmogelijk. En dat levert een flinke botsing op met de trend die verondersteld dat het leven maakbaar is.

Wat te doen?

Kunnen we dan helemaal niets doen om het imago te verbeteren? Zo zwartgallig wil ik niet zijn. Maar ik denk wel dat het moeilijk is. Negatieve berichten scoren nu eenmaal beter. En met een goed gekozen woord of zin als bijvoorbeeld ‘Kamer boos over plascontracten verpleeghuis’ raak je iedereen recht in het hart. Helaas wordt hiermee een ontzettend ingewikkeld probleem neergezet als een enkelvoudig drama. En ook helaas; de vieze smaak krijg je niet meer weggespoeld.

Wat hierbij zeker niet helpt is de rol van de politiek. In bovengenoemd voorbeeld ging men bijvoorbeeld niet eerst op onderzoek uit, maar er werd meteen (letterlijk: "vandaag voor 18.00 uur!") opheldering verwacht van staatssecretaris van Rijn. Die vervolgens ook stante pede eiste dat bewoners van een verpleeghuis naar het toilet kunnen als dat nodig is en als ze dat willen. Daarmee is er weer een negatief zaadje geplant. Alle meer waarheidsgetrouwe en genuanceerde berichten die in de dagen na een incident volgen, vinden hun weg naar het grote publiek veel moeilijker.

Go politici!

Daarom denk ik dat er voor het verbeteren van het imago van de zorg een belangrijke rol ligt bij de politiek en andere publieke figuren. Zoals ik al schreef: imagocampagnes bereiken het grote publiek nauwelijks, positieve berichten evenmin. Politici bereiken het grote publiek juist heel gemakkelijk. Als de politici hun scoringsdrang aan de kant zouden zetten, zou het imago van de zorg veel minder beschadigd worden. Want hoewel het werken in de zorg verre van sexy is, blijkt het politiek scoren over de rug van de zorg dat wel. En dat is jammer. Of in meer sexy woorden; tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend.

Over de openbare brief van staatssecretaris van Rijn aan Hugo Borst en Carin Gamers is inmiddels veel geschreven. De brief riep naast lof ook veel cynische reacties op. Voor een deel voel ik dat cynisme ook bij mijzelf, maar ik wil dat niet vooropstellen. Ik lees namelijk ook een belangrijke boodschap in de brief. Namelijk dat dat medewerkers in de zorg weer trots moeten kunnen zijn op hun werk. Ik hoop dat van Rijn en consorten dit voortaan ook in hun gedrag laten zien.

De temperatuur omlaag

Ik hoop dat dit deel van de brief een kentering is, het begin van een nieuwe trend die overgenomen wordt door andere politici. Ik hoop dat van Rijn en zijn collega-politici beseffen dat het op hoge poten reageren op incidenten weinig problemen oplost en veel negatieve bijeffecten heeft. Ik hoop dat ze ook beseffen dat er altijd incidenten in de ouderenzorg zijn geweest en ook altijd zullen blijven. Je kunt dan moord en brand schreeuwen, maar het leven is nu eenmaal niet maakbaar. Het leven in een verpleeghuis al helemaal niet. Bovendien er is nu eenmaal een groot verschil in wat ons hart wil en wat in ratio haalbaar is. Lees daarover ook dit artikel van Jeroen van den Oever

Dus ik stel voor dat de politiek de temperatuur van het debat over de zorg (in al zijn aspecten) drastisch omlaag brengt. Stel het publieke belang boven het eigen belang. Of zoek in ieder geval de nuance op. Ik zou zeggen; neem een voorbeeld aan Kim Putters in zijn artikel ‘Naar een andere vorm van ouderenzorg’

Kom maar kijken!

Misschien moeten politici zichzelf verplichten om elk negatief voorbeeld of incident te compenseren met minimaal twee goede voorbeelden. Want die zijn er meer dan genoeg. En de politici die niet genoeg voorbeelden kunnen noemen, mogen contact met mij zoeken.

Ik weet zeker dat ik zonder moeite een stageplaats voor hen kan regelen. Dan kunnen ze zelf ervaren dat het werken in de zorg ondanks alles een prachtig vak is, waarop je trots mag zijn! En ik weet ook zeker dat de toon van het politieke debat daardoor veranderd. En juist dát kan het imago van de zorg helpen.