14 april 2014 - Martin van Berloo

Lager salaris voor BBL-studenten, een goed idee?

De meeste artikelen hadden betrekking op álle sectoren en daarmee is het appels met peren vergelijken. Maar ik hoop van harte dat werkgevers in onze sector niet geïnspireerd raken door deze artikelen. Volgens mij zal het verlagen van het salaris van BBL-studenten namelijk meer problemen veroorzaken dan oplossen.

In onze sector zie ik een groot verschil tussen BOL- en BBL-studenten. BBL-studenten kiezen heel gericht voor een bepaald werkveld en zijn daarom meestal goed gemotiveerd. De BOL-studenten moeten ook stage lopen binnen werkvelden die niet hun voorkeur hebben, dit gaat nogal eens ten koste van de motivatie. Het uitvalspercentage ligt bij BBL-opleidingen lager dan bij BOL-opleidingen, het rendement van opleiden is dus groter. Over het algemeen zijn BBL-studenten ouder dan BOL-studenten en brengen zij naast eerder verworven competenties (EVC’s) ook levenservaring mee. Ze zijn daarmee sneller ingewerkt en beter inzetbaar bij complexe problemen. En aangezien BBL-studenten tegelijkertijd  leerling en werknemer zijn mag men ook andere eisen aan hen stellen.

Voor veel BBL-studenten is de studie die ze volgen niet hun eerste studie. Ze stromen door binnen de sector of komen als ‘zij-instromer, ‘carrièreswitchers’ of ‘tweedekanser’ de sector binnen. Vaak wonen ze zelfstandig of hebben een gezin en zijn ze afhankelijk van een inkomen. Het BBL-salaris is zeker geen vetpot maar in veel gevallen voldoende om een aantal jaren te overbruggen. Als het BBL-salaris zou dalen kunnen veel van deze mensen niet meer aan een opleiding beginnen.

Een onwenselijke situatie voor alle partijen. De werkgevers missen gemotiveerde leerling-werknemers met EVC’s en (levens)ervaring, die beter inzetbaar zijn en minder snel afhaken. De potentiele leerling-werknemers missen een kans op doorstroom binnen de sector of verandering van carrière, met als risico dat ze uiteindelijk gefrustreerd afhaken. Door het minder aantrekkelijk maken van BBL-opleidingen gaat de toch al overspannen arbeidsmarkt verder op slot.

Een aantal artikelen handelden expliciet over de Kinderopvang. Ook in deze artikelen wordt het verlagen van het BBL-salaris gezien als oplossing voor het tekort aan stageplaatsen binnen de Kinderopvang. Naast bovenstaande argumenten voor het niet verlagen van het BBL-salaris heb ik hierbij een aantal andere twijfels.

Het is volgens mij beter de vraag te stellen waaróm er een tekort  is aan stageplaatsen binnen de Kinderopvang?  Ik denk dat een belangrijke reden voor dit tekort ligt in het slechte arbeidsmarktperspectief voor dit werkveld. In dat licht bezien zou je een beperkt aantal stageplaatsen zelfs positief kunnen labelen.

Een belangrijke andere vraag is of er werkelijk een tekort is aan stageplaatsen binnen de Kinderopvang? Uit arbeidsmarktrapportages, bijvoorbeeld van Calibris, blijkt dit niet. Zij stellen dat de instroom in de Kinderopvangopleidingen harder daalt dan het aantal stageplekken. Daarmee ontbreekt de noodzaak tot het verlagen van de BBL-vergoeding en lijkt het meer op een bezuinigingsmaatregel.

Daarbij is de vraag relevant of een dergelijke maatregel de werkgevers veel financieel voordeel op zou leveren? Ik denk het niet. Uit cijfers van DUO blijkt de instroom van leerlingen in de Kinderopvangopleidingen hard te dalen. Als voorbeeld de BBL-opleiding Pedagogisch Werker Kinderopvang niveau 3. De cijfers laten zien dat deze opleiding in onze provincie in 2013 nog 19 deelnemers kende, tegenover 321 deelnemers in 2010! Met een daling van 94% is de instroom nagenoeg opgedroogd! Landelijke cijfers laten zien dat deze opleiding in 2013 nog  456 deelnemers kende tegenover 2229 deelnemers in 2010, een daling van 80%. Weliswaar een percentueel lagere daling van de instroom in Brabant maar hoe dan ook zou ik zeggen; daar gaat je winst!