20 juni 2014 - Martin van Berloo

Wie zit er in de hoek waar de klappen vallen?

Maar belofte maakt schuld dus ik ga het in deze blog hebben over de medewerkers die in de hoek zitten waar de klappen vallen. Misschien volgt er een blog over de andere onderwerpen. Maar ik beloof niets!

Welke medewerkers zitten in de hoek waar de klappen vallen?

Mijn vorige blog sloot ik af met de mededeling dat het UWV in 2014 en2015 in de zorg meer dan 80.000 vacatures verwacht. Maar deze vacatures ontstaan niet binnen alle branches en op alle niveaus. De vacatures zullen dus niet voor alle medewerkers bereikbaar zijn.

Volgens het UWV zal het aantal vacatures in de ouderen- en thuiszorg niet toenemen. Bovendien stijgt niet alleen het aantal vacatures maar ook het aanbod van personeel, de spoeling wordt dus dunner. In een andere recente UWV rapportage (UWV Kansrijke beroepen. Waar is de arbeidsmarkt krap?) ziet het UWV op dit moment alleen baankansen in specialistische functies op hbo- en wetenschappelijk niveau. Pas op middellange termijn ontstaan baankansen op mbo-niveau, maar ook dan alleen in specifieke functies op minimaal kwalificatieniveau 4. Voor het lagere niveau ziet het UWV pas kansen als de vervangingsvraag als gevolg van vergrijzing gaat spelen en alleen als de economie verder aantrekt.

Andere arbeidsmarktrapportages voorspellen in grote lijnen hetzelfde; de vraag naar hoger gekwalificeerd personeel neemt toe, die naar lager gekwalificeerd personeel neemt af. Ook deze rapportages voorspellen een afname van personeel in VV&T, daarnaast worden GGZ en GHZ genoemd als branches waar de werkgelegenheid onder druk staat. Tenslotte is de werkgelegenheid in Jeugdzorg, Kinderopvang en WMD al langer aan het dalen.

Wat zien we in de praktijk?

Helaas zijn het niet alleen de rapporten die een somber beeld schetsen, de praktijk laat een zelfde beeld zien. De Kinderopvang loopt al lang leeg en diverse zorg- en welzijnsorganisaties hebben grote ontslagrondes aangekondigd en gedeeltelijk al uitgevoerd. Hierbij proberen ze de handen aan het bed te zoveel mogelijk te behouden, ontslagen vallen vooral bij ondersteunende diensten.

Bezuinigingen op huishoudelijke hulp en - ondersteuning

Hierbij gaat het om medewerkers met een laag opleidingsniveau. Voor hen is het perspectief op ander werk voorlopig laag. Zowel binnen de zorg als binnen andere sectoren is er geen werk op dit niveau. En als de arbeidsmarkt aantrekt liggen er gevaren op de loer. Er wordt een nog grotere discrepantie verwacht tussen vraag en aanbod, oftewel; er zal veel aanbod zijn van lager opgeleid personeel terwijl er vooral vraag zal zijn naar hoger opgeleid personeel. Ook is het niet ondenkbaar dat het werk op lage niveaus ingevuld zal worden door arbeidsimmigranten, zeker in de andere sectoren.

Veel van de banen op de lagere niveaus verdwijnen bij zorg- en welzijnsinstellingen als gevolg van de extramuralisatie. Deze banen zou je daarom terug kunnen verwachten binnen het WMO-domein. Vooralsnog is echter volkomen onduidelijk hoe gemeenten deze zorg contracteren en (laten) uitvoeren. De eerste contouren tekenen zich af en zijn niet bemoedigend, bij de aanbesteding van zorgtaken blijken gemeenten flinke kortingen te hanteren.

Bezuinigingen op welzijn

Een ander deel van de ondersteunende diensten is echter niet laag opgeleid, bijvoorbeeld welzijnsmedewerkers. Maar ondanks hun hoger opleidingsniveau is ook voor hen het arbeidsmarktperspectief slecht. Wellicht dat deze medewerkers door omscholing naar andere kwalificaties begeleid kunnen worden naar werk binnen het maatschappelijk domein.

Bezuinigingen op ondersteunende functies en stafdiensten

Verder zien we dat organisaties bezuinigen op ondersteunende functies op hoger niveau en stafdiensten als personeels- en opleidingsafdelingen. Deze worden stevig afgebouwd of verdwijnen helemaal. De taken worden teruggelegd in de lijn en op de werkvloer. Omdat de meeste arbeidsmarktrapportages zich richten op het VOV-personeel zien we deze bezuinigingen niet in rapportages terug. Cijfermatig weet ik er dan ook weinig van maar mijn onderbuikgevoel zegt dat het vinden van een andere baan ook voor deze medewerkers een flinke uitdaging zal worden. Ze stromen immers vrij massaal uit terwijl voor hen geschikte vacatures maar mondjesmaat verschijnen.

Samenvattend

Hiermee is wel duidelijk wie er in de hoek zit waar de klappen vallen en daar voorlopig nog wel zal blijven zitten. De problematiek concentreert zich vooral op de lagere niveaus binnen de langdurige zorg (VV&T, GGZ en GHZ) en de lage en hogere niveaus binnen de Jeugdzorg, Kinderopvang en WMD. Daarnaast ook de stafdiensten niet buiten schot. De grote gemene deler van deze groepen is dat hun baan óf al verdwenen is, óf op de nominatie staat te verdwijnen en dat het perspectief op het vinden van een nieuwe baan op korte en middellange termijn slecht is.

Nog een paar toevoegingen

- Van de genoemde discrepantie tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt krijgen we nu al signalen uit de praktijk. Sommige werkgevers krijgen vacatures moeilijk ingevuld omdat de competenties en kwalificaties van sollicitanten onvoldoende aansluiten bij de eisen.
- In mijn verhaal lijkt het alsof de Cure (Ziekenhuizen, kortdurende GGZ e.d.) buiten schot blijft. Toch denk ik, en ook hierover ontvangen we signalen, dat de arbeidsmarkt van de Cure nog een zware tijd tegemoet gaat.