07 juli 2014 - Gast

De ‘generalisten versus specialisten’-discussie... Tijd voor iets nieuws!

“De specialisten gaan winnen!”

Op een congres op de Universiteit Tilburg spraken twee sprekers over dit thema en hun visie daarop. De tweede spreker had de eerste niet gehoord, maar zei opvallend genoeg precies hetzelfde: de specialisten gaan winnen van de generalisten. Hij was tot die conclusie gekomen vanuit de gedachte dat alles wat geautomatiseerd kán worden, ook geautomatiseerd zál worden. Met andere woorden: alles wat niet eenmalig en uniek is, kunnen machines straks van ons overnemen. Dat unieke en eenmalige, noem het innoveren, zal bij ons mensen blijven liggen. Specialisten zullen in die wereld dus een hogere arbeidsmarktwaarde hebben dan generalisten.

Er werd meteen ook een bruggetje gemaakt naar het flexibiliseringsvraagstuk.  Er werd gesteld dat je alles waar je een lange termijn relatie óf veel interactie voor nodig hebt, door een vaste kern van medewerkers laat doen. Alles wat je eenmalig doet (zoals innoveren in een bepaald kennisgebied) of wat sterk varieert over tijd en daarom om flexibiliteit vraagt: daarvoor huur je mensen in. Als je goede ICT hebt en specialisten in je vaste kern en flexibele schil, zit je gebakken. Goed punt…

“De generalisten gaan winnen!”

In een artikel van Stichting Arbeidsmarkt Ziekenhuizen (StAZ) las ik het tegenovergestelde geluid in een weergave van een Europees onderzoek naar de toekomst van werk in de gezondheidszorg. Daarin wordt bepleit dat de generalisten het gaan winnen van de specialisten. Er staat letterlijk: “Zo worden zorgprofessionals van de toekomst interdisciplinaire leiders die bereid zijn zich aan te passen aan verandering”. Dit deed me denken aan de roep om de generalist in de wijk. Iemand die van alle markten thuis is en grensoverschrijdend denkt en werkt. Die niet met verkokerde visie kijkt naar een patiënt of een gezin, maar kijkt naar het brede spectrum en daarin keuzes kan maken. Op de arbeidsmarkt kunnen die mensen alle kanten op. Ze zijn breed inzetbaar en daardoor hebben zij in de toekomst een stevige arbeidsmarktpositie.

Een alternatieve maatstaf voor de win-factor op de arbeidsmarkt van de toekomst

Ik vind het geen non-discussie, zoals een auteur op Intermediair in het artikel ‘Specialisten zijn eigenlijk ook een soort generalisten’. Ik denk echter wel dat de discussie over arbeidsmarktheerschappij in de toekomst een ander criterium dan alleen kennis nodig heeft. Wij leven in een wereld waarin alle mogelijke kennis steeds meer open source wordt gedeeld en te vinden is via je smartphone. In mijn ogen kun je dan de ‘win-factor op de arbeidsmarkt van de toekomst’ niet uitdrukken in termen van generalistische of specialistische kennis. Er is volgens mij een andere maatstaf nodig om de arbeidsmarktpositie van werkenden in de toekomst te duiden.

De behoefte aan bepaalde kennis en vaardigheden is een continuüm: afhankelijk van zowel de omgeving als het ontwikkelstadium van een organisatie. Het is dus een én én verhaal: in de toekomst zal er behoefte zijn aan een grote variëteit aan werknemers. Vakmensen (doeners), organisatietalenten en kennisvinders en -delers. Al die mensen zullen de beschikking hebben over grote hoeveelheden kennis, maar waar je op beoordeeld zal worden is je impact.

Dat betekent volgens mij dat wat je dóet met je kennis, leiderschapsstijl,  hiërarchische positie en vakmanschap, het verschil zal maken. Naar mijn idee zal iemands impact op zijn/haar omgeving zijn/haar meerwaarde aantonen en dat zal bepalend zijn voor de waarde die iemand heeft op de arbeidsmarkt.