16 april 2015 - Martin van Berloo

Sex, drugs en rock-'n-roll op het congres Naar Nieuwe Zorgberoepen

Ik nam een kijkje...

Ik begon de dag met een missie: kijken, kijken en nog eens kijken. Niet op zoek naar bekenden of netwerkmogelijkheden. Nee, gewoon kijken. Dus ik ben gaan zitten -met een kopje koffie, dat dan weer wel- en kijken. Dat ging best goed. Ik heb niet alle 1500 gasten gezien, maar vanaf de balustrade had ik een mooi overzicht op een paar honderd mensen. Ik werd niet vrolijk van wat ik zag. Sterker nog, ik schrok ervan. Waarvan dan? Nou, van ons allemaal: de bij zorg en welzijn betrokken professionals, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, onderzoekers, opleiders en beleidsmakers.

Wie wijkt er af van de norm? Wie durft het anders te doen?

Want zoals we daar als groep stonden, waren we bepaald geen afspiegeling van de maatschappij. Trouwens ook geen afspiegeling van de medewerkers van zorg en welzijn. En al helemaal niet van de studenten en toekomstige medewerkers. Nee, we waren een grijze, kleurloze massa! Ik ben gewoon eens gaan tellen. Begonnen met de mannen, na 30 ben ik gestopt. Al die mannen hadden grijs haar. Ze hadden ook allemaal (ja, echt allemaal!) een colbert aan. In donkere, onopvallende kleuren, grijs, blauw en zwart. Slechts twee mannen weken een beetje af: eentje met een licht linnen en eentje met een roze colbert.

Vervolgens ben ik de vrouwen eens goed gaan bekijken. Qua leeftijd kwamen ze overeen met de mannen, voornamelijk van middelbare leeftijd. Gelukkig waren zij minder uniform dan de mannen, maar het was verre van spannend. Een overdaad aan sjaals, leesbrillen aan koordjes en onopvallende kapsels. En vooral kleurloos. Een paar uitspattingen in wit of rood, maar ook bij de dames bleken grijs, blauw en zwart de lievelingskleuren.

Het duurde even tot ik in de gaten kreeg dat de groep niet alleen maar grijs en saai was. De groep was ook wit, heel erg autochtoon wit. Hoe kan dat? Waarom wijken de zorgprofessionals, -aanbieders, -verzekeraars, onderzoekers, opleiders en beleidsmakers zo ontzettend af van het maatschappelijke beeld en het beeld van zorg en welzijn?

Schrikken dus

Toch was dat niet hetgene waar ik het meeste van schrok. Ik schrok meer van het inzicht dat ik kreeg. Want het ging die dag om de toekomst: het jaar 2030. Maar waar waren de mensen die in 2030 de zorg verlenen? Waar was die medewerker van de toekomst? Het overgrote deel van de aanwezigen is in 2030 niet meer aan het werk, of op zijn minst in de nadagen van het werkzame leven. Wat is dat toch? Waarom praten we vooral óver, in plaats van mét?

Innoveren? Veranderen? Wie dan?

En het zou gaan over innoveren en dingen anders doen. Maar wie was dan het rolmodel? Wie was de inspirerende professional die mensen meeneemt in veranderingen? Wie durft er op te boksen tegen de massa? Natuurlijk weet ik dat dit soort dingen niet alleen gebonden is aan leeftijd, uiterlijk of kleding. Maar ik kon me toch niet aan de indruk onttrekken dat het merendeel van de aanwezigen eerder geneigd is tot aanpassen dan tot wezenlijk veranderen.

Zo begon ik aan het programma met veel vragen in mijn hoofd. En gedurende de dag werden die vragen alleen maar beklemmender. Want de constatering dat cliënten, opleiders, toekomstige en huidige zorgverleners anders moeten gaan werken en denken is een heel terechte. Maar nogmaals: wie van ons gaat het écht anders doen? Niet zéggen, maar doen. Niet morgen, maar vandaag. Wie?

Even terecht is de constatering dat de zittende cultuur een belemmering is voor nieuwkomers die het anders willen doen. Dat sluit prima aan bij de vraag die we bij Transvorm vaak horen: “Hoe krijg ik mijn medewerkers in beweging?” Maar koppel dat eens aan observaties van de start. Die zittende cultuur…. die houden we toch zelf in stand?

Ook confronterend was de constatering dat de zorgwereld een ontzettend hiërarchische wereld is. De zittende cultuur is dus niet alleen belemmerend, maar ook nog eens hiërarchisch. Wie is sterk genoeg om tegen deze stroom in te zwemmen?

Gelukkig wel een soort van happy end!

Pas op het laatst van het congres verscheen de medewerker van de toekomst op het podium. Beter laat dan nooit. En bij de vraag waarom initieel opleiden en bij- en nascholing twee aparte werelden zijn, viel bij mij het kwartje. Ja natuurlijk, dat kan ook samen en dan kan de student rolmodel zijn. We hoeven de rolmodellen niet te zoeken, want we leiden ze zelf op. De medewerker van de toekomst ís het rolmodel!

Voor het écht zover is, moet er nog veel water door de Rijn. Maar ik weet zeker dat deze gedachtenrichting een deel van de oplossing in zich draagt. En ik weet het. In dit blog chargeer ik. Er waren niet alleen maar oude, grijze mensen. Ik heb ze heus wel gezien: die groepjes jongeren, de enkeling met een kleurtje, een hoofddoek of een hipsterbaard. En natuurlijk zitten er onder de huidige medewerkers ook bevlogen veranderaars en inspirerende mensen die het verschil maken. Maar je hoeft mij niet (meer) wijs te maken dat dat de meerderheid is.

En ik weet ook: in de praktijk zijn tal van mooie innovaties, tal van projecten waar het al écht anders gedaan wordt. Of in elk geval een begin gemaakt wordt. We zijn notabene zelf een pilot begonnen waarin we rolmodellen vormen. En er zijn ook al plekken waar de student al een centrale rol speelt en anderen meetrekt in veranderingen. Maar het is allemaal nog geen gemeengoed.

Dus…voel u niet aangevallen. Maar kijk wel in de spiegel. Vraag uzelf af of u degene bent die het morgen anders doet. Wilt u dat echt? Kunt u dat echt? Ik hoop het!