30 september 2015 - Martin van Berloo

Koffiedik kijken?

Zonder veel van de AiK prijs te geven kan ik vertellen dit een complex verhaal is. Een stuk complexer dan een jaar of zes geleden, toen er sprake was van personele tekorten en een krappe arbeidsmarkt. En ook een stuk complexer dan drie jaar geleden toen we overschotten aan personeel zagen aankomen in een zeer ruime arbeidsmarkt.

Complexe problematiek

In de eerste jaren van de crisis (2008-2012) groeide de werkgelegenheid van zorg en welzijn. Tegen de stroom in! Nu gebeurt het tegenovergestelde. De economie trekt aan (alle seinen staan op groen, hoorde ik het CBS vanmorgen zeggen) en de arbeidsmarkt ontwikkelt zich positief. Maar niet in onze sector, en dat is geen goed nieuws. Als de werkgelegenheid in andere sectoren blijft groeien zal er een aanzuigende werking ontstaan. Mensen zullen overstappen naar andere sectoren. Waarschijnlijk zijn dat juist de mensen die we hard nodig hebben. De ondernemende mensen die kansen zien, zich verder willen ontwikkelen en daar zelf verantwoordelijkheid in nemen.

Is vergrijzing vervanging?

Daarbij vergrijst het personeelsbestand van de sector in hoog tempo. Eén keer gaat de kurk van de fles en stromen veel mensen in korte tijd uit. Maar wanneer precies? Welke functies vervullen ze op dit moment? Cruciale functies waarbij vervanging noodzakelijk is? Of functies waarbij het de vraag is of je die in de toekomst veel nodig hebt, of nog gefinancierd krijgt?

Misschien zijn er technologische-, systeem- en sociale innovaties die vervanging onnodig maken? Of, aangezien er sprake is van zowel een hoge jeugdwerkeloosheid als een hoge ouderenwerkeloosheid, is het denkbaar dat er in komende jaren regelingen komen die de werkgelegenheid beïnvloeden. Zeker als de economie blijft groeien en er financiële ruimte ontstaat.

De overheid is wispelturig

Dat brengt me op de overheid. De wispelturige overheid! Kijk naar de financiering van de Kinderopvang. Als je die over de afgelopen jaren in een grafiek zet lijkt het wel een achtbaan. Eerst daalt de financiering met tientallen procenten en moeten er duizenden mensen uit. Nu worden er weer honderden miljoenen geïnvesteerd en lijken er duizenden banen bij te komen. Wie zal deze banen gaan vervullen? Hebben de mensen die in het verleden ontslagen zijn netjes zitten wachten tot er weer werk komt? Vanuit de opleidingen zal de aanwas voorlopig niet groot zijn. De instroom in de opleidingen is immers afgenomen als gevolg van het beroerde arbeidsmarktperspectief.

De overheid zorgt voor meer onzekerheid. Bijvoorbeeld door het ontwerpen van regelingen als de Huishoudelijke Hulp Toelage. Een tijdelijke regeling, en bovendien een sigaar uit eigen doos, omdat de middelen al in het Regeerakkoord stonden. Wat gaat er gebeuren als de regeling is afgelopen? Zelfs mét deze toelage is de werkgelegenheid op de laagste opleidingsniveaus drastisch afgenomen. De ontwikkelingen in de sector maken dat er vooral vraag is naar werknemers op hogere niveaus. Als hier geen (maatschappelijke) oplossing voor gevonden wordt zie ik de toekomst voor deze mensen somber in.

Meer met minder? Beter met minder?

Daarmee komen we bij het dilemma dat de zorg goedkoper moet worden maar dat de werknemers hoger gekwalificeerd moeten zijn. Dus beter betaald. Wat betekent dat voor de werkgelegenheid? De ouderenzorg kent een nieuw adagium; ‘niet meer handen, maar meer hersens aan het bed’. Wordt dit de trend voor alle werkvelden? Of komen er uiteindelijk ook structurele investeringen aan de onderkant van de arbeidsmarkt? (Wat trouwens een lelijke en denigrerende term is, kent iemand een alternatief?)

Om een lang en nog niet compleet verhaal kort te maken: De prognoses in de AiK zullen meer zijn dan koffiedik kijken, maar ook niet in steen gebeiteld!