17 december 2015 - Martin van Berloo

Landelijke werkdag? Vooruit met de geit!

De landelijke werkdag

De werkdag was een vervolg op het congres ‘Naar Nieuwe Zorgberoepen’, dat ik in april bezocht. Ook daar schreef ik een verslag over. Voor een deel zijn mijn observaties hetzelfde. Namelijk: de aanwezigen waren vooral ‘grijs en blank’ in plaats van een afspiegeling van de medewerkers van zorg en welzijn. En opnieuw spraken we vooral ‘over’, in plaats van ‘met’. De afwezigheid van de mensen waar ‘het over gaat’ was soms pijnlijk voelbaar.  Maar ik zag en voelde ook nieuwe dingen. Helaas niet allemaal positief.

Zo had ik vooraf mijn twijfels over de effectiviteit van een nauwe samenwerking tussen de projecten en het organiseren van een gezamenlijke werkdag. En ik kan nu alvast verklappen dat ik daarover achteraf ook nog mijn twijfels heb. Want dat beide projecten raakvlakken hebben, zelfs een overlap, is duidelijk. Maar tegelijkertijd zijn het toch ook heel duidelijk twee afzonderlijke projecten, met een eigen opdracht, doel en dynamiek. En vergis je niet: de gestelde doelen zijn ambitieus en de dynamiek in de projecten is ongetwijfeld enorm. Hoewel ik de voordelen van samenwerking wel zie, vrees ik toch ook voor vervuiling van doelen en visie. En daarmee het risico op vertraging en vervaging van acties.

Ik begrijp dat het nut van de gezamenlijke werkdag ook praktische redenen had. De verschillende projecten zullen bij zorg- en welzijnsorganisaties, onderwijsinstellingen en gemeenten vaak in dezelfde portefeuille zitten. Hen twee keer in een korte tijd bij elkaar krijgen zal niet meevallen, dus is een samenvoeging logisch. En als je inzet op de aanwezigheid van bewindslieden is samenvoeging ook logisch. En blijkbaar succesvol, want er waren maar liefst 3 bewindslieden aanwezig!

Vervuiling en vervaging van discussie

Maar toch… waar ik voor vreesde, kwam uit. Het programma bestond voor een deel uit Adviescommissie en een deel uit Zorgpact, om het even chargerend uit te leggen. Ook de aanwezigen kwamen voor een deel voor de Adviescommissie en een deel voor het Zorgpact. En waarschijnlijk kwam ook een deel voor allebei de projecten. Maar volgens mij liep dit in de plenaire discussies helemaal door elkaar heen. Sommigen leken te reageren met een ‘Adviescommissiepet’ op, anderen met een ‘Zorgpactpet’. Waardoor het (in ieder geval voor mij) vaak léék alsof mensen het over hetzelfde hadden, maar waarbij ik me afvraag of dit wel echt het geval was.

Sommige discussies kon ik maar moeilijk plaatsen en van andere gesprekken was het moeilijk de toegevoegde waarde in te zien. Natuurlijk kan dat ook liggen aan mijn begrijpend vermogen, ik neig nogal naar het concrete en pragmatische. Maar ik vond het allemaal nogal abstract.

Biopsychosociaal model?

Misschien lag het aan de thema’s, de begrippen en de definities. Want daarin liggen ook nogal wat vragen. In elk geval bij mij. Waar hebben we het eigenlijk over bij begrippen (uit het conceptadvies) als ‘biopsychosociaal model’ en ‘ervaringsdeskundigheid’? Als je dit vooraf niet heel duidelijk definieert, zijn discussies daarover toch nutteloos? Ik weet zeker dat ik, met mijn 22 jaar ervaring in de GGZ, deze begrippen een heel andere lading geef dan iemand met een achtergrond in het ziekenhuis. Om nog maar niet te spreken over de mensen met nauwelijks achtergrond in de zorg, bijvoorbeeld de mensen uit het onderwijs en de gemeenten.

Ik hoop dat de Adviescommissie de resterende tijd gebruikt om te zorgen voor een advies met een eenduidig taalgebruik en een goede connotatie van begrippen. Anders vrees ik dat we na het verschijnen van het advies verzanden in discussie in plaats van in actie. En zal het continuüm van Zorg en Welzijn, en het opleiden voor Zorg en Welzijn, eerder verder vervuilen dan opschonen. Wat volgens mij toch een belangrijk doel van de exercitie was: orde scheppen in de complexiteit van 2400 verschillende beroepen en functies en 1700 verschillende opleidingen.

Wil de burger opstaan?

En dan de rare discussie over de ‘burger’. Het leek wel alsof de burger een apart ras is. Was er soms iemand onder de aanwezigen die geen burger is? Wordt de term burger gebruikt om onderscheid te maken tussen gezond en ziek? Of tussen mantelzorger en professional? Of tussen beleidsvolger en beleidsmaker? Of tussen personen en instituties? Of tussen machteloos en machtig? Anyway; rare discussie wat mij betreft. Die ik platsla met mijn idee dat de term ‘burger’ niets in het zorgcontinuüm te zoeken heeft. Nu niet en in 2030 ook niet. In dat continuüm heet je als burger anders. Patiënt, cliënt, mantelzorger, vrijwilliger, zorgverlener, bestuurder, opleider. Whatever, maar geen burger.

Dialoog als buzzwoord van de dag

Tot zover de Adviescommissie. Maar ik wil ook nog wel wat toevoegen over de Zorgpact-onderdelen. Want het Zorgpact was er volgens mij de oorzaak van dat ‘dialoog’ het buzzwoord van de dag was. Helaas heb ik niet geteld maar ik heb het woord vaak gehoord! Volgens mij is er geen spreker geweest die het woord niet heeft gebruikt, zowel in het plenaire deel als in de workshops. Dialoog als middel, als instrument, als ambitie, als doel, als resultaat. Het kon niet op!

Ik zal het niet ontkennen: dialoog is belangrijk! Zonder dialoog tussen werkgevers, onderwijs en gemeenten zal de mismatch op de arbeidsmarkt alleen maar verder toenemen. Maar het wringt. Want volgens mij is er het helemaal niet zo slecht gesteld met de dialoog. Ik weet zeker dat alle stakeholders, op allerlei niveaus en in allerlei verbanden, onderling al heel wat uren dialogiseren. En waarschijnlijk is het vloeken in de kerk, want ook wij van Transvorm roepen vaak en graag op tot dialoog. Maar toch… de dialoog op zich lost niets op. Het gaat om samenwerken. Met de nadruk op wérken. Er zal dus veel meer moeten gebeuren dan het op het podium zetten van goede voorbeelden en het aanjagen van de dialoog. Er moet actie komen.

Complexiteit als valkuil

En vooruit dan: nog een keer vloeken in de kerk. Want ik hoop dat we niet vervallen in de reflex om alles nog complexer te maken dan het al is. Een valkuil waar we allemaal snel intrappen, ook wij bij Transvorm. We krijgen alleen maar complexe vragen op ons bord. En proberen die op te lossen door nog meer overleg, nog meer partijen betrekken, nog meer onderzoek. Het complexe nóg complexer maken. Wat beter werkt: in hapklare brokken snijden en die stuk voor stuk opeten, in plaats van je te verslikken in de hele koek. In projecten met haalbare doelstellingen en niet al teveel betrokken partijen. Niet te moeilijk, gewoon doen. Veel kleine dingen vormen samen toch ook iets groots?

Vooruit met de geit!

Teruglezend lijkt het alsof ik heel kritisch ben op de initiatieven. En dat klopt. Maar wel positief kritisch. Zo zie ik het zelf tenminste. Ik hoop gewoon dat het tot iets meer zal leiden dan een dialoog op een podium en een beleidsplan voor in de la. En nu is er nog kans om dat te bereiken!  En daarvoor zijn we (en daarmee bedoel ik iedereen die ook maar iets met de sector van doen heeft) afhankelijk van onszelf. Als wij iets anders willen, zullen we dat ook moeten doen. En we zitten nog tot februari 2016 in het jaar van de geit. Dus vooruit met de geit!