16 juni 2016 - Judith van Dongen

Grip op een onzekere toekomst?

Grip op een onzekere toekomst?

“Willen we meer werken of juist minder werken?” 

“Groeit onze waardering voor betaald werk, of gaan we betaald werk juist minder belangrijk vinden?”

Op 13 juni 2016 werd het rapport  “Werken in de toekomst, 4 scenario’s voor de organisatie van werk in Nederland in 2026” gepresenteerd. Op initiatief van ABU, het UWV en ABN AMRO heeft De Argumentenfabriek onderzoek gedaan naar de scenario’s over de toekomst van werk in Nederland. Zij hebben verschillende vragen proberen te beantwoorden over de arbeidsmarkt van de toekomst:

  • “Wat zijn de belangrijkste trends?
  • Wat gaat zeker gebeuren?
  • Wat zijn de belangrijkste onzekerheden?
  • Welke mogelijke scenario’s zien we opdoemen?”

Dit zijn ook belangrijke vragen voor de sector Zorg en Welzijn. Denk bijvoorbeeld aan de impact die ontwikkelingen als flexibilisering, robotisering en vergijzing hebben op de sector. Hoe deze trends zich ontwikkelen is omgeven door onzekerheid, maar er wordt wel veel over gespeculeerd.

Sommigen beweren dat over 10 jaar vaste contracten achterhaald zijn; werkgevers moeten inspelen op de wens van de cliënt en hebben daar een flexibel personeelsbestand voor nodig. Niet alleen in kwalitatieve, maar ook in kwantitatieve zin. De groei van ZZP’ers in de zorg zal dan ook doorzetten. Veel banen en beroepen zullen verdwenen zijn door de inzet van robots; de experimenten met operatierobot Da Vinci en zorgrobot Alice zorgden ervoor dat de ontwikkeling van robots een enorme vlucht heeft genomen. Daardoor hebben we straks veel minder mensen nodig om het werk in Zorg en Welzijn te verzetten.

Tegenstellingen

Maar er zijn ook andere geluiden. Bijvoorbeeld dat de flexibilisering nu al te ver is doorgeslagen en dat we juist teruggaan naar langere, stabielere dienstverbanden. Geen flexwerkers, maar vaste krachten die een vertrouwd gezicht zijn voor patiënten en cliënten.  En dat robots helemaal niet zoveel impact zullen hebben op ons werk; uiteindelijk vinden we menselijk contact tijdens zorgverlening toch wenselijk en zijn we bereid daarin te investeren.

Deze tegenstellingen roepen de vraag op: hoe zal de toekomst er daadwerkelijk uitzien? Nu verzucht u misschien, ja dat is de million dollar question; als we dat eens zouden weten… Juist omdat het onzeker is hoe de trends zich ontwikkelen is het moeilijk om er beleid op te maken. Gelukkig lenen de observaties zich goed voor scenarioplanning.

De toekomst in kaart

Scenarioplanning is een methode om aannemelijke scenario’s te ontwikkelen en de implicaties ervan voor de organisatie in beeld te brengen. Je kunt de toekomst niet voorspellen, maar wel verkennen wat er mogelijk gaat gebeuren. Vaak is het resultaat van scenarioplanning een matrix met 2 assen. Op elke as staat een onzekere, impactvolle ontwikkeling centraal, met bijvoorbeeld flexibilisering (veel of weinig) en robotisering (veel of weinig) zoals in bovenstaand debat.  Dit resulteert in vier scenario’s waarin de ontwikkelingen worden gecombineerd. 

Ik merk dat scenarioplanning erg leeft onder organisaties in Zorg en Welzijn. Zo ondersteunen wij organisaties uit enkele Brabantse regio’s met het ontwikkelen van scenario’s. Maar ook elders in het land gebeurt er veel op dit gebied; zo is recent de toekomst van de Amsterdamse huisartsenzorg in kaart gebracht met behulp van scenario’s. Wat meer grip op de toekomst krijgen lijkt een belangrijke drijfveer te zijn. Wellicht komt dat doordat er zoveel ontwikkelingen gaande zijn in de sector die omgeven zijn door onzekerheid en tegelijkertijd veel impact kunnen hebben op de personele bezetting van een organisatie. Hoeveel medewerkers hebben we in de toekomst nodig, op welk niveau en met welke expertise?

Trends, prognoses en ontwikkelingen

We hebben het al tijden over andere competenties die de zorgmedewerker van de toekomst nodig heeft. Goed kunnen samenwerken, een regisserende rol spelen en klantgerichtheid worden vaak genoemd. Onderwijs en werkgevers zijn hierover ook regelmatig met elkaar in gesprek. Maar het is vaak een lastige discussie, zeker als het gaat over de lange(re) termijn. We kunnen redelijk goed inschatten hoeveel mensen er nu nodig zijn en over welke competenties zij dienen te beschikken. Maar wat verwachten we over 3 of 4 jaar van afgestudeerden? Dat zijn de studenten die nu instromen. Dat wordt alweer lastiger. Laat staan als de termijn tien jaar wordt.

Werk in 2026

Arbeidsmarktinformatie, zoals arbeidsmarktrends en -prognoses en onderwijsontwikkelingen, is van belang om hier grip op te krijgen. Vaak zijn de ontwikkelingen en trends die er uit naar voren komen de basis voor scenario’s. Scenarioplanning start namelijk vaak met een analyse van omgeving van je organisatie; wat gebeurt er de komende jaren naar verwachting; welke ontwikkelingen zijn onzeker, maar hebben veel impact? Op basis van deze ontwikkelingen kunnen scenario’s worden ontwikkeld.

In het rapport Werken in de toekomst waarmee ik deze blog begon staan twee ontwikkelingen centraal in de scenario’s voor werk in 2026:

  • de dominante organisatievorm (netwerken of ondernemingen) en
  • het belang van betaald werk (groot of klein).

Zijn dit ook ontwikkelingen die in Zorg en Welzijn belangrijk zijn? Ik heb in deze blog al een aanzet gedaan voor een aantal scenario’s voor Zorg en Welzijn. Ik ben erg benieuwd welke u kunt bedenken!

De Onderwijs in Kaart 2016 verschijnt eind juni 2016. In deze rapportage staan trends en ontwikkelingen in Zorg- en Welzijnsonderwijs in Noord-Brabant centraal. Ook worden deze ontwikkelingen gekoppeld aan arbeidsmarktontwikkelingen.