23 mei 2022 - Martin van Berloo

Van meer, naar minder meer, naar minder

Oranje touw breekt

In de onlangs verschenen Hoofdlijnenbrief ‘Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg’ schetst Conny Helder, minister voor Langdurige Zorg en Sport, de hoofdlijnen van haar arbeidsmarktbeleid voor zorg en welzijn in de komende jaren.

De brief telt twaalf pagina’s en er zijn al veel reacties verschenen, waaronder die  van onze koepelorganisatie RegioPlus. Ik voeg graag wat persoonlijke observaties en overwegingen toe.

Minder meer

Om te beginnen met het begrip ‘minder meer’ dat in het begin van de brief wordt geïntroduceerd. “Het kabinet wil het aantal werkenden in de zorg minder meer laten groeien”. Euh, wacht, wat? 

Minder meer. Kauw daar maar even op. 

Dat is dus niet minder maar meer. Alleen niet meer zoveel meer als vroeger, maar iets minder (meer). Waarschijnlijk is de beleidsafdeling van VWS trots op de vondst, maar ik denk dat dit soort omfloerste beleidstaal de zaak niet ten goede komt.

Ik kan me voorstellen dat de minister optimisme wil uitstralen en wil dat haar acties resultaat (zouden kunnen) hebben. Maar mede door dit soort goocheltaal (credits naar Herman Finkers, zoek maar eens op YouTube) wordt de urgentie van de arbeidsmarktproblematiek wat mij betreft onvoldoende belicht. 

Minder meer is niet alleen verwarrend, maar verbergt ook de ongemakkelijke waarheid; de huidige tekorten binnen zorg en welzijn zullen niet worden opgelost. 

Per saldo is er minder personeel

Het klopt dat er meer medewerkers komen. Dat is geen nieuws, het aantal medewerkers binnen zorg en welzijn stijgt al jaren en zal in komende jaren blijven stijgen. 

Maar de vraag naar zorg stijgt véél harder. Dus naar rato krijgen we niet méér mensen, maar mínder. Niet minder meer maar gewoon minder.  

En dat besef is bij veel mensen nog onvoldoende aanwezig. Men kan of wil niet zien dat de personele tekorten niet kunnen worden opgelost. We zullen het werk met relatief minder mensen moeten doen (om in stijl te blijven; meer minder). En dus zullen we anders moeten gaan werken en waarschijnlijk zelfs het hele begrip ‘zorg’ herdefiniëren. Leuker kan ik het niet maken en ook niet gemakkelijker.

110.000 nieuwe banen, lukt dat?

Het ministerie stelt dat er over de periode 2022-2025 een groei van ongeveer 110.000 banen mogelijk is, men acht dit een realistisch perspectief. Dat is echter niet het perspectief dat blijkt uit de prognoses van het landelijke onderzoeksprogramma Arbeidsmark Zorg en Welzijn (AZW). Volgens dit prognosemodel zal het arbeidsaanbod in de periode 2022-2025 met 71.500 personen stijgen. Er zit dus een behoorlijk gat tussen wat het ministerie realistisch acht en de voorspellingen van het prognosemodel.

Geen nieuwe oplossingen

De beleidslijnen in de brief bevatten geen nieuws, de minister borduurt voort op bestaand beleid. En dus is er wederom veel aandacht voor behoud van personeel, door goed werkgeverschap, verlagen van werkdruk, vergroten van autonomie en zeggenschap, opleidingsmogelijkheden, werk-privébalans enzovoort. Dit soort acties zijn zeker belangrijk en noodzakelijk, maar inzetten op behoud is niet de meest effectieve ‘knop om aan te draaien’ om de personele krapte te verminderen.  

Wat werkt dan beter?

Het meeste effect bereiken we als we het ziekteverzuim verlagen en de deeltijdfactor verhogen. Helaas krijgen die thema’s juist weinig aandacht in de brief. De term ziekteverzuim wordt slecht twee keer genoemd en voor ‘meer werken’ wordt slechts zijdelings naar de stichting Het Potentieel Pakken verwezen. 

Die kleine aandacht snap ik tegelijkertijd niet en wel. Niet omdat het nu eenmaal de dingen zijn waarmee je veel effect zou kunnen bereiken. Wel omdat het heel weerbarstige thema’s zijn die moeilijk zijn te beïnvloeden.

Het ziekteverzuim binnen de sector is hoger dan ooit en ik zie nog maar weinig signalen dat dit op korte termijn zal veranderen. Integendeel; we gaan een zomer tegemoet vol personele krapte, terwijl een groot deel van de medewerkers al (langdurig) op de tenen loopt. Krapte die mede veroorzaakt wordt door het hoge ziekteverzuim, dus dat vormt een gevaarlijke vicieuze cirkel. En dan kunnen we alleen maar hopen we niet worden geconfronteerd met een opleving van de coronapandemie. 

Ook de deeltijdfactor blijkt moeilijk te beïnvloeden. Uiteraard ondersteun ik de acties daarin, we stimuleren dit ook vanuit Transvorm. Maar ik waak voor teveel optimisme. Het aantal mensen dat juist minder wil werken is immers groter dan ooit. 

Anders werken als noodzaak

Ik heb het al vaker gezegd, en vele anderen met mij: arbeidsmarktproblematiek is een veelkoppig monster dat op vele fronten bestreden moet worden, waarbij een ‘silver bullit’ ontbreekt. Zo blijkt ook wel uit mijn voorgaande betoog. Maar óók acties met een relatief gering effect op de personele krapte moeten we aangrijpen. Veel kleine resultaten tellen immers op tot een groot resultaat.

Maar dan kom ik terug op mijn ongemakkelijke waarheid; de personele tekorten worden niet opgelost; de zorgvraag stijgt harder dan het aanbod van personeel, naar rato moeten we het werk met minder mensen gaan doen. 

En dus is anders werken geen keuze maar noodzaak. We moeten naar anders werken, anders organiseren en meer sociale en technologische innovatie. Of we nu willen of niet. ‘Technologie als arbeidsbesparend tijdbommetje’ las ik in een artikel over de inzet van technologie bij tanteLouise. Een mooie term die ook de lading dekt, dat wordt binnen tanteLouise bewezen. 

Gelukkig krijgt anders werken, anders organiseren en sociale en technologische innovatie wel aandacht in de brief, maar wat mij betreft nog niet genoeg. Van mij mag dit het centrale thema zijn, dat bovenaan staat in de rij van oplossingen.  

Het programmaplan ‘Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg; Samen anders leren en werken’ wordt nu verder uitgewerkt en moet komende zomer klaar zijn. Hopelijk staan de hiervoor genoemde thema’s dan prominent bovenaan. Ik ben het eens met de minister als ze zegt: ‘de vrijblijvendheid is voorbij'. En ik hoop dat ze manieren vindt om dat voor iedereen klip en klaar te maken.