19 augustus 2020 - Martin van Berloo

Hoeveel échte kansen bieden de kansrijke beroepen?

Vorige week publiceerde het UWV het jaarlijkse overzicht met kansrijke en minder kansrijke beroepen. Zoals al jaren het geval, wordt de kansrijke lijst aangevoerd door beroepen uit de zorgsector.

Een dag daarna berichtte het CBS over een ongekende daling van het aantal banen. In het tweede kwartaal zijn in totaal 322.000 banen verdwenen en het CBS berekende dat in 2020 in het tweede kwartaal 6,1% minder uren zijn gewerkt dan in het eerste kwartaal.

Minder werk

Dat laatste is een zorgwekkend signaal voor de toekomst. Dit zijn immers de mensen die nog wel een baan hadden, maar minder werk. Wat een tijdelijke situatie kan zijn, maar óók een voorfase van werkloosheid. Terwijl die al met 26% is gestegen naar 349.000 werklozen.

Ook het aantal vacatures was aan het einde van het tweede kwartaal van 2020 een kwart lager dan het eerste kwartaal. De toch al dalende trend van het aantal vacatures is hiermee doorgezet. In het eerste half jaar van 2020 daalde dit met 30%.

Zijn er kansen?

Slecht nieuws voor heel veel mensen. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik ook heel even dacht: ‘misschien gunstig voor onze sector?’. Er komen immers veel mensen beschikbaar die in de kansrijke beroepen aan de slag kunnen. En voor al die mensen is het ook fijn dat er werk beschikbaar is én de lijst kansenberoepen hen meteen inzicht geeft in de mogelijkheden.

Snel genezen

Toen ik opnieuw naar de lijst met kansrijke beroepen keek, was ik van die gedachte echter snel genezen. Want de lijst wordt gedomineerd door beroepen waarvoor minimaal een hbo-opleiding nodig is. En bij beroepen waarvoor de opleidingseisen minder hoog zijn, wordt gevraagd naar heel specifieke vaardigheden. De beroepen waarbij je als zij-instromer of ‘overstapper’ zonder de juiste papieren of vaardigheden snel aan de bak kunt, zijn volgens mij op twee handen te tellen. En misschien vergis ik me dan nog wel in de eisen voor bepaalde beroepen en gaat het meer richting één hand.

Kansrijk voor wie?

Dat blijkt ook uit de begeleidende teksten van het UWV. In alle sectoren is vooral vraag naar hbo’ers, academici en technische professionals. Ik lees bijzonder weinig over kansrijke beroepen waarbij je snel kunt instappen. Alleen in de sector zorg zijn er kansen op werk op de lagere kwalificatieniveaus en zijn mensen met korte inwerktrajecten relatief snel inzetbaar.

De lijst met kansrijke beroepen lijkt daarmee vooral kansrijk voor mensen die al kansrijk waren; zij met de juiste kwalificaties en competenties. Verder lijken de kansen toch vrij beperkt. Want wie uit de meest getroffen bedrijfstakken (handel, vervoer, horeca, zakelijke dienstverlening, cultuur en recreatie) kan naadloos overstappen naar hoog gekwalificeerd of specialistisch werk in een andere sector? En wie kan het zich veroorloven om tijdrovende en kostbare omscholingstrajecten te volgen die meestal alsnog eindigen op lager deskundigheid- en inkomensniveau?

Het is goed en noodzakelijk dat sinds 1 augustus 2020 iedereen een kosteloos ontwikkeladvies kan aanvragen om inzicht te krijgen in zijn of haar kansen op de arbeidsmarkt en dat er steeds vaker gesubsidieerde zij-instroomtrajecten zijn. Toch is het ook belangrijk om de realiteit niet uit het oog te verliezen. En die is dat het aantal werkloze en met werkloosheid bedreigde mensen stijgt, terwijl de lijst met kansberoepen kleiner wordt en maar voor weinig mensen direct kansen biedt.

Corona als katalysator

Uiteraard zijn er door de coronacrisis nieuwe problemen ontstaan. Maar mijn overtuiging is dat corona vooral een katalysator is van al langer bestaande problemen. Dat zie je ook in bovenstaande bevindingen terug: de mismatch op de arbeidsmarkt was al groot en wordt alleen nog maar groter.